Klachten: beknopte informatie over klachtenprocedures tegen advocaten
De Deken, of een ander lid van de Raad van Toezicht – het bestuur van de Orde van Advocaten van Dordrecht, waarvan de Deken voorzitter is – stelt een onderzoek in naar elke bij hem ingediende klacht.
De Deken stuurt de klachtbrief aan de advocaat over wie wordt geklaagd. De advocaat wordt in de gelegenheid gesteld om binnen drie weken schriftelijk op de klacht te reageren (antwoord). Daarna bekijkt de Deken de gewisselde correspondentie en bepaalt aan de hand daarvan of er nog een tweede schriftelijke ronde (repliek en dupliek) moet plaatsvinden. De Deken kan na antwoord besluiten partijen uit te nodigen voor een bemiddelingsgesprek of de klager of de advocaat verzoeken nader in te gaan op bepaalde aspecten of betrokkenen erop wijzen dat de reactie niet duidelijk dan wel onvolledig is. Indien de Deken zich na antwoord voldoende geïnformeerd acht, kan hij/zij in de klachtzaak zijn/haar visie geven.
De Deken probeert – indien hij/zij daartoe mogelijkheden ziet – te bemiddelen tussen de klager en de advocaat. Mocht deze bemiddeling tot een schikking leiden, dan wordt de op schrift gestelde schikking door de klager en de advocaat ondertekend. Het gevolg is dat de klager niet alsnog een klacht terzake dezelfde feiten kan indienen. Mocht de bemiddeling niet slagen of mocht de klager dan wel de advocaat geen prijs stellen op (verdere) bemiddeling, dan zal de Deken zijn visie m.b.t. de ingediende klacht op schrift stellen en aan partijen toezenden. Daarna kan de klager de Deken verzoeken de klacht ter kennis te brengen van de tuchtrechter, de Raad van Discipline. In dat geval stuurt de Deken een brief, waarin de klacht en de reactie daarop van de advocaat wordt geformuleerd, met alle verzamelde gegevens naar de Raad van Discipline. Klager kan zich ook bij de visie van de Deken neerleggen.
Indien de klager bij de indiening van de klacht de Deken verzoekt de klacht onmiddellijk ter kennis te brengen van de tuchtrechter, stelt de Deken toch de advocaat over wie wordt geklaagd, in de gelegenheid schriftelijk op de klacht te reageren. Zonodig zal daarop de klager nog weer mogen reageren en tenslotte de advocaat op de reactie van de klager. Daarna stuurt de Deken – zonder bemiddelingspoging en visiebepaling - de klacht aan de Raad van Discipline.
De Deken kan zelf geen uitspraak doen over de al dan niet gegrondheid van de klacht. Die bevoegdheid komt slechts toe aan de Raad van Discipline. De voorzitter van dit college kan de klacht niet-ontvankelijk dan wel kennelijk ongegrond verklaren. Tegen deze beslissing kunnen partijen binnen 14 dagen na verzending van de uitspraak schriftelijk in verzet gaan bij de Raad van Discipline. In andere gevallen wordt de zaak behandeld op een zitting van de Raad van Discipline in Den Haag in aanwezigheid van de klager en de advocaat. Van de beslissing van de Raad van Discipline kunnen de klager of de advocaat binnen 30 dagen na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij het Hof van Discipline te ’s-Hertogenbosch.
Bij gegrondbevinding van de klacht kan de Raad van Discipline één van de volgende maatregelen opleggen: enkele waarschuwing, berisping, (voorwaardelijke) schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van ten hoogste één jaar of uitsluiting van het beroep van advocaat.
De tuchtrechter behandelt geen verzoeken om schadevergoeding. Voor schadevergoeding kan de klager een procedure bij de burgerlijke rechter tegen de advocaat aanspannen. Ook de Geschillencommissie Advocatuur voorziet in de mogelijkheid van een schadevergoeding tot een bedrag van maximaal EUR 10.000,00 inclusief BTW. Voorwaarde is wel dat de advocaat is aangesloten bij de Geschillencommissie Advocatuur. De aangesloten advocaat kan hierover nadere informatie geven. Ook kan in overleg met de advocaat besloten worden het geschil voor te leggen aan de Geschillencommissie Advocatuur.
Afhankelijk van de omstandigheden kan door de Deken van de hierboven omschreven procedure worden afgeweken.
