Overzicht eisen met betrekking tot ondernemer-stagiaires
Om als ondernemer-stagiaire voor beëdiging in aanmerking te
komen dient aan een aantal voorwaarden te worden voldaan. In de eerste
plaats gelden (voor alle ondernemer-stagiaires) de (merendeels
financiële) bepalingen van hoofdstuk VI van het Stagereglement 2006.
Voorts gelden de bepalingen van hoofdstuk III van het Stagereglement
2006 ten aanzien van ondernemer-stagiaires die niet bij de patroon
kantoor zullen houden. Voor ondernemerstagiaires die zich associëren
geldt dat de Richtlijn arbeidsvoorwaarden stagiaires voorzover mogelijk
overeenkomstig wordt toegepast (artikel 4 Richtlijn). Duidelijk is dat
niet alle bepalingen uit de Richtlijn overeenkomstige toepassing kunnen
vinden; bovendien dient onderscheid te worden gemaakt tussen een
associatie met één of meer advocaten die alle zelfstandig en onder
eigen naam naar buiten treden en een associatie met een
samenwerkingsverband anderzijds. In dat laatste geval is ook de
Samenwerkingsverordening 1993 (artikel 1.b.) van toepassing. Hieronder
volgt een overzicht van de door de Raad gehanteerde voorwaarden,
systematisch gerangschikt.
Voor alle ondernemer-stagiaires:
- ondernemingsplan en begroting (artikelen 16 en 19 Stagereglement);
- beroepsaansprakelijkheidsverzekering (artikel 16.2);
- arbeidsongeschiktheidsverzekering (artikel 16.2);
- vrij krediet of liquide vermogen ter grootte van een jaar minimum loon (artikel 17 Richtlijn);
- geoutilleerde praktijkruimte (artikel 20);
In geval van buitenpatronaat:
- tien sollicitatiepogingen (artikel 8 Stagereglement);
- buitenpatroon in dezelfde gemeente (artikel 9.2);
- warm juridisch nest (artikel 9.3 en 9.4);
In geval van associatie:
- voorafgaande goedkeuring Raad voor opzegging associatie tijdens stagetijd (artikel 8 Richtlijn);
- beperkingen en aanzien van relatie- en concurrentiebedingen (artikel 17).
In geval van associatie met kantoor dat onder gemeenschappelijke naam naar buiten treedt:
- garantie ten aanzien van minimum inkomen gelijk aan minimum stagiairesalaris (artikel 4 Richtlijn);
- gemeenschappelijke beroepsaansprakelijkheidsverzekering;
- eigen risico en excedent boven verzekerde som voor rekening van patroon c.q. kantoor;
- gedeelde zeggenschap respectievelijk eindverantwoordelijkheid ten aanzien van praktijkuitoefening (Samenwerkingsverordening 1993, artikelen 1 en 7).